zondag 23 november 2008

Makkelijker asiel voor holebi’s en transgenders uit Irak en Afghanistan

Voor Afghanen en Irakezen die om hun seksuele geaardheid moeten vluchten wordt het makkelijker om asiel aan te vragen in Nederland. Vroeger moesten ze zich eerst melden bij hun eigen politie om bescherming te vragen maar “dat is idioot”.

Dat heeft een woordvoerder van het COC zondag bekendgemaakt. Staatssecretaris van Justitie Nebahat Albayrak, die onder meer belast is met vreemdelingenzaken, heeft het COC Nederland op de hoogte gesteld van de versoepeling van een asielaanvraag.

Voorzitter Wouter Neerings van het COC karakteriseert in een verklaring de beleidswijziging als “een belangrijke stap vooruit”.

Het COC pleit al langer voor een versoepeling van het asielbeleid voor mensen die moeten vluchten vanwege hun seksuele geaardheid en heeft onlangs overleg gevoerd met het ministerie van Justitie.

Het COC zegt dat “de situatie voor holebi’s en transgenders in Afghanistan en Irak buitengewoon ernstig is.”

Volgens de belangenvereniging vinden “er al sinds 2006 in Irak seksuele zuiveringscampagnes plaats waarbij doodseskaders zich richten op het vervolgen van homoseksuelen”.

Justitie zal daarom voortaan homoseksuelen uit deze landen beschouwen als een “bijzondere risicogroep”.

In 2006 besloot het kabinet onder druk van COC Nederland al om holebi’s en transgenders uit Iran asiel te verlenen.

De aanduiding “bijzondere risicogroep” betekent dat een geringe indicatie van vervolging al voldoende is voor het toekennen van een asielstatus.

Het COC komt op voor belangen van homoseksuelen en transgenders en probeert het politieke beleid ten aanzien van deze groepen te verbeteren.

Doodeskaders
Berichten over het bestaan van doodseskaders die het hebben gemunt op holebi’s en transgenders worden bevestigd door de Verenigde Naties, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, Amnesty International en Human Rights Watch.

In Afghanistan is het volgens het COC mogelijk dat homoseksuelen ter dood gebracht kunnen worden door steniging. De voorzitter van het Afghaanse Hooggerechtshof heeft dat volgens het COC enkele jaren terug bevestigd.

Staatssecretaris Albayrak heeft nu besloten om de eisen voor homoseksuele asielzoekers uit Afghanistan en Irak te versoepelen. Het COC pleit nog voor een verdere versoepeling van het asielbeleid.

Voorheen kwamen homoseksuelen die in Nederland asiel zoeken pas in aanmerking voor een asielstatus wanneer ze in hun eigen land politiebescherming hadden gevraagd tegen vervolging door burgers.

Maar volgens het COC is dat “een idiote eis” in de ongeveer tachtig landen waar homoseksualiteit strafbaar is.

dinsdag 4 november 2008

Aantal vluchtelingen teruggekeerd naar Afghanistan dit jaar

De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, de UNHCR, heeft maandag bekendgemaakt dat er in 2008 ongeveer 276.700 Afghanen die op de vlucht waren via het vrijwillige terugkeerprogramma naar huis zijn teruggekeerd.

De grote vraag is echter: “Was het allemaal wel zo “vrijwillig”, of kwam het ook voort uit pure noodzaak?” En wat voor toekomst hebben de mensen in Afghanistan? De Verenigde Naties klinken echter enthousiast.

Ewen MacLeod, de vertegenwoordiger van de Hoge Commissaris voor Vluchtelingen in Afghanistan, zei tijdens een persconferentie in Kabul dat 99 procent naar huis ging vanuit Pakistan. De andere 1 procent kwam terug uit Iran.

MacLeod schreef de terugkeer toe aan drie belangrijke factoren: de hoge prijzen van voedsel en brandstof die een sterke invloed hebben op de Pakistaanse economie, de sluiting van het grote vluchtelingenkamp Jalozai in de Pakistaanse Noordwest Grensprovincie en de verandering in de veiligheidssituatie in Pakistan.

Het grootste deel van de vluchtelingen uit Afghanistan woont in de North West Frontier Province (NWFP) in Pakistan en daar is de veiligheid ernstig verslechterd.

MacLeod zei dat er sinds 2002 5 miljoen mensen zijn teruggegaan naar Afghanistan. Daarvan werden er ongeveer 4,3 miljoen ondersteund door de UNHCR.

De vluchtelingenbehartiger zei dat een toename van de bevolking met een dergelijke hoeveelheid repatrianten niet moet worden onderschat.

“Zelfs voor een westers geïndustrialiseerd land zou dit een enorme uitdaging betekening, en we kennen geen voorbeelden uit de recente geschiedenis van welk land dan ook dat zoveel mensen heeft opgenomen in zo’n korte tijd, “ aldus MacLeod.

Hij noemde “de solidariteit van de Afghaanse bevolking om deze enorme aantallen weer op te nemen in de samenleving opmerkelijk en ongekend. Daar zijn geen andere voorbeelden van”.

MacLeod zei dat het duidelijk is dat de mensen die terugkeren het niet makkelijk hebben. Ze worden met veel problemen geconfronteerd, “zoals een tekort aan banen, onderdak en primaire dienstenverlening zoals gezondheidszorg en onderwijs”.

“Om voldoende banen te creëren moet de economie sneller groeien zodat de arbeidsmarkt groter wordt,” zo stelde MacLeod.
Het terugkeerprogramma voor Afghanistan ligt ni in de komende wintermaanden stil en wordt in maart voortgezet.

Volgens de UNHCR leven er nu nog 2,8 miljoen Afghaanse vluchtelingen in Pakistan en Iran.

Vorig jaar keerden er 370.000 mensen terug nar Afghanistan.

Op 19 november staat er een conferentie in Kabul gepland die wordt georganiseerd door de Afghaanse overheid en de UNHCR over de verdere ontwikkeling van terugkeer en reïntegratie.

Deskundigen maakten eerder bekend dat de Verenigde Staten Pakistan onder druk zetten om Afghanen terug te sturen, zodat ze niet kunnen worden gerekruteerd door de Taliban. Dat zou ook een van de redenen zijn geweest om het Jalozai-kamp te sluiten.

De vluchtelingen keren bovendien terug in een land waar de veiligheidssituatie jaar in jaar uit aan het verslechteren is en waar 9 miljoen mensen bedreigd worden met de hongerdood.

De vraag is ook of het allemaal wel zo “vrijwillig” is gebeurd, gezien de drie oorzaken van de terugkeer die MacLeod noemt, en of het dus niet gewoon een vluchtelingenstroom genoemd kan worden terug naar Afghanistan?

Zie ook
360.000 Vluchtelingen naar huis in 2007
Afghan returnee numbers this year top 276,000 – UN refugee agency